Een pretpark midden in de stad, gaat dat?

Idyllisch straatje Smøgen in Tivoli in Kopenhagen - Foto: © Adri van Esch

Een amusementspark midden in de stad, op een terrein afgebakend door appartementcomplexen, winkels, kantoren, wegen, tramlijnen en voetgangerspromenades, kan geen kant meer op. Groei is uitgesloten. Of niet? Kan een stadspark toch uitbreiden en vernieuwen? En juist inhaken op de trends die in een levendige hoofdstad ontstaan.

Tivoli in Kopenhagen is een echt stadspark. De grens van de acht hectare grote tuin wordt gevormd door de drukke straten Vesterbrogade, Bernstorffsgade, Tietgensgade en de H.C. Andersens Boulevard. Ooit was dat anders: toen Tivoli in 1843 opende lag het amusementspark aan de rand van de stad. Slechts aan één kant was bebouwing, aan alle overige zijden waren groene bossen en weiden de buren. Toen men in 1892 aan de oostzijde van Tivoli startte met de bouw van het nieuwe raadhuis en vervolgens in 1911 aan de westkant het huidige centraal station opende, was het gedaan met de vrije ligging van het terrein. Vanaf die periode lag Tivoli in het hart van de Deense hoofdstad.

Eenheid en openheid

Tivoli neemt die A-locatie meer dan ter harte: het park ligt niet alleen in het hart van Kopenhagen, Tivoli ís het kloppend hart van Kopenhagen. “Tivoli is het gezicht van de stad”, vertelt parkmedewerker Simon Verheij. “Hoe je de stad ook binnenkomt, je loopt altijd tegen Tivoli aan. Die positie nemen wij heel serieus; we voelen ons verantwoordelijk voor Kopenhagen. Om die reden zijn we niet tevreden met de muren rondom ons park. We willen openheid, zodat je vanuit de stad naar binnen kunt kijken en Tivoli meer een eenheid vormt met de omgeving.” Om dat te bereiken wordt nu in de noordwesthoek van het park gewerkt aan de Tivoli Hjørnet, de Tivoli Hoek. Het doorzichtige gebouw dat winkels, hotelkamers, restaurants en een food hall gaat herbergen is ontworpen door architect Pei, bekend van de glazen piramides van het Louvre in Parijs.

Tivoli aan de H.C. Andersens Boulevard - Foto: © Adri van Esch

Evenwicht tussen stad en park

Dat de schop voor de Hjørnet daadwerkelijk de grond in ging, is een verdienste: eerdere pogingen om de overgang van stad naar park meer open en vloeiend te maken mislukten. Het prestigieuze gebouw Tivoli Kanten (de Tivoli Rand), eveneens ontworpen door Pei, haalde het niet en voor een ranke hoteltoren naast het park van de hand van het gerenommeerde Britse architectenbureau van Norman Foster was geen politieke meerderheid te vinden. Het evenwicht tussen stad, bewoners en park blijkt telkens weer wankel. “Sinds tien jaar staat er een sjiek appartementencomplex aan de zuidkant van Tivoli”, haalt Verheij een voorbeeld aan. “Met balkons die uitkijken over ons park. Maar de bewoners zijn overal tegen; elk plan van ons wordt tegengewerkt. Het zou zo fijn zijn als ook zij beseffen dat we er beide mogen zijn, stad én park. We zijn samen opgegroeid en groter geworden en Tivoli zal daarom nooit het belang van Kopenhagen uit het oog verliezen.”

De houten achtbaan uit 1914 in Tivoli in Kopenhagen - Foto: © Adri van Esch

In het hart gesloten

Dat de overgrote meerderheid van de Kopenhagers het park wel in het hart heeft gesloten blijkt niet alleen uit de 300.000 jaarkaarthouders, maar ook uit bij stadsbewoners populaire evenementen als de wekelijkse Fredagsrock-concerten, de Halloween-optocht Monsters Night Out en de drukbezochte kerstmarkt. Simon Verheij geeft nog een voorbeeld uit de historie van de stadstuin: “Op 15 augustus 1944 werden de Duitsers verslagen. Om dat te vieren stroomden die dag 112.000 mensen Tivoli binnen!”

Herinneringen koesteren

Ondanks de onmogelijkheid om het park uit te breiden vernieuwt Tivoli elk jaar weer. “Veranderingen houden het park levend en voorkomen dat we een museum worden”, legt Verheij uit. “Maar als we een nieuwe attractie of restaurant willen bouwen, moet daarvoor altijd iets wijken. Als rides geen link met het verleden hebben, kunnen we ze vervangen. Is er wel een historische band, dan houden we ze, koste wat het kost. Kijk naar onze houten achtbaan uit 1914. Daar hebben ouders en grootouders nog herinneringen aan en dat koesteren wij. Bij nieuwe projecten kijken we altijd naar populariteit, diversiteit en trends. Onze grootste concurrenten zijn niet Bakken of Legoland, maar alle festivals en evenementen in en om de stad. Om de concurrentie voor te blijven willen we uniek zijn. Een McDonalds of Burger King in ons park, waarom zouden we? Die vind je al op elke straathoek.”

Tivoli en het raadhuis van Kopenhagen - Foto: © Adri van Esch

Expertise exporteren

Het exploiteren van een stadspark is in ruim anderhalve eeuw een expertise geworden van Tivoli. Regelmatig kloppen buitenlandse parken in Kopenhagen aan om van die kennis gebruik te maken. Verheij: “We hebben een speciale afdeling die andere bedrijven helpt bij het design en het opzetten van een business model en restaurants. Dat hebben we gedaan bij Coney Island in Brooklyn, New York, en bij parken in het Midden-Oosten en China. Er bestond zelfs ooit een Tivoli Gardens in Japan. Maar die versie was zo slecht dat we daar de stekker uitgetrokken hebben. Dat park was onze naam niet waard. Uit dat project hebben we een belangrijke les geleerd: doe nooit water bij de wijn!”

> Het pretpark als exportproduct

Tivoli in Kopenhagen - Foto: © Adri van Esch

Park zonder parking

Tivoli is een bijzonder park met een lange historie en toch lukt het om geen museum te worden. Het park had overigens wél een museum. “Maar dat hebben we gesloten”, vertelt Simon Verheij. “Daar kwamen amper bezoekers binnen. Denen kennen onze geschiedenis wel en toeristen komen niet naar Tivoli om het verleden van het park te bekijken.” Wat Tivoli ook niet heeft: parkeerplaatsen. “Ja, daarin wijken we ook af van andere attractieparken”, lacht Verheij. “Maar waarom hebben wij een parkeerterrein nodig? Al onze bezoekers komen met de trein, tram of bus. Of op de fiets of lopend. Ook dat is weer een voordeel van midden in de stad liggen!”

> De wortels van pretparken liggen in Kopenhagen
> Andere stadsparken: Liseberg in Göteborg en Prater in Wenen

2016 © Tekst en foto’s: Adri van Esch