In 2012 zocht Efteling voor het eerst contact met Zierer over de junior-vrijevaltorens die het Duitse attractiebedrijf in het assortiment had. De tienpersoonsgondels in die torens draaien op tien meter hoogte rustig rond. Daarna zijn er ‘veerkrachtige op- en neergaande bewegingen die zorgen voor een vleugje spanning’, zo omschrijft de fabrikant zijn product. Perfect voor onze jongere doelgroep, meende het park in Kaatsheuvel. Al vanaf de leeftijd van drie jaar zouden kinderen onder begeleiding van een volwassene een spannend ritje kunnen maken. Twee van zulke droptowers zouden in 2013 een plaatsje krijgen naast het Volk van Laaf. De torens zouden gethematiseerd worden rond de Lummels, een jongere variant van de Laven. Het project kwam echter niet verder dan de tekentafels. Hetzelfde lot was het grootschalige plan Circus Balancé beschoren. In dat omvangrijke project in uitbreidingsgebied Strookrijk, dat draaide om een mega-achtbaan in circusstijl, was ruimte voor twee vrijevaltorens van Zierer. Maar ook de tekeningen voor Circus Balancé belandden in het archief vanwege problemen met de stikstofregels.
Lees verder onder de foto

Drie torens
Veertien jaar later, op 1 mei 2026, konden de bezoekers van de Efteling dan toch voor het eerst genieten van de kleine vrijevaltorens. En dan niet van twee torens, maar van drie! En dat is een primeur. De Beierse attractiefabrikant bouwde al wel dubbele torens, maar nog nooit een drietal. Dubbele torens staan onder meer in het Deense Djurs Sommerland, het Zweedse Liseberg, Legoland in Denemarken, Florida en Californië en in het Engelse Paultons Park. Hooghmoed-ontwerper Karel Willemen (foto) is blij met drie torens: “Het is goed voor de capaciteit, en voor de continuïteit als aan één van de torens onderhoud gepleegd moet worden. Maar voor mij als ontwerper was het vooral ook esthetisch heel fijn. Ik heb ook wel ontwerpen gemaakt met één of met twee torens, maar drie leverden gewoon van alle kanten een heel mooi gebalanceerd beeld op.”
Vinkje
Gedurende veertien jaar bleef Efteling contact houden met Zierer over de bouw van de attractie. Nu Hooghmoed er eenmaal staat is de bouwer blij en trots dat het een product mocht leveren aan het Brabantse attractiepark. Efteling was nog het enige pretpark in de Europese top-25 dat geen attractie of attractieonderdeel van Zierer heeft aangekocht. Ook achter Efteling kunnen de Duitsers nu een vinkje zetten.
Stijlkenmerken
De mini-vrijevaltorens van Zierer werken met vloeistof: in het binnenste van elke toren zit een cilinder van vier meter. De cilinder is verbonden met de kabels aan de buitenkant waar de gondel aan hangt. Door vloeistof in en uit de cilinder te pompen beweegt de gondel naar onder of naar boven. Efteling trok in totaal vier miljoen euro uit voor de drie torens en de thematisering van de attractie. “De stijlkenmerken van de Baron lieten zich heel prettig omvormen tot stijlkenmerken voor de liften”, vertelt Karel over de thematisering. “Kijk naar de schoorsteen, die bijna een replica is van het exemplaar op het stationsgebouw van de achtbaan, en naar de kenmerkende rode raderen die die gondels naar boven tillen. Het wapen van de Rijksmijn van de Baron hebben we omgevormd tot een wapentje van de smelterij. Je ziet er een klompje goud in met vuur erop. Dat zijn de kleine details die zorgen dat Baron 1898 en Hooghmoed een mooie twee-eenheid zijn.”
Lees verder onder de foto

Schoorsteenvegers gezocht
De naastgelegen dive coaster Baron 1898 vertelt het verhaal van baron Gustave Hooghmoed die zoveel mogelijk goud wil delven in zijn mijnen. Daar heeft hij hulp voor nodig van de mijnarbeiders: de bezoekers van het park. In het verhaal van Hooghmoed zijn de bezoekers de vegers van de hoge schoorsteen van de smelterij. Dat moet regelmatig gebeuren. Daarom is in dagblad ’t Hooghste Woord, dat op de openingsdag aan de bezoekers wordt getoond door krantenverkopers die zo uit het jaar 1898 lijken te zijn weggelopen, een oproep voor schoorsteenvegers geplaatst. Om de schoorsteen te bereiken nemen de jonge vegers de lifttoren omhoog. Maar eenmaal boven verschijnen, net als in de achtbaan, de Witte Wieven die de rit saboteren. Een staalkabel knapt en de lift valt meters omlaag, de mist en rook in.
1.064 graden
In Baron 1898 zorgen de Witte Wieven ervoor dat geen bezoeker de mijn verlaat met goud. Hoe kan het dan toch in de smelterij van Hooghmoed liggen?, vragen we aan Karel. “Hier worden eigenlijk de kolen gesmolten, en de baron hoopt dat daar goud tussen zit”, verduidelijkt de ontwerper en bedenker van het achtergrondverhaal. “Het goud is onderdeel van alles wat de delvers uit de grond halen. Bij een oventemperatuur van 1.064 graden wordt dat gesmolten, in de hoop dat het goud zo vrijkomt uit de aardlagen. Dat is een voortdurend proces; de hebzucht van de baron wordt alsmaar niet bevredigd. Hij moet dóór, en wij moeten hem blijven helpen als mijnwerkers en als schoorsteenvegers.”
Vrolijk fluitende gasten
Een ritje in Hooghmoed duurt anderhalve minuut. Elke toren heeft een ander ritprogramma; de ene toren is wat sneller en krachtiger dan de andere. Elk ritje wordt begeleid door De Vegersmars. Dit speelse muziekje is een variant op de attractiemuziek van Baron 1898. In het wijsje bij Hooghmoed voeren fluitende schoorsteenvegers de boventoon. “Die vrolijk fluitende gasten, dat zijn wij zelf”, verklapt Karel glimlachend. “Ons fluitensemble bestond uit vier mensen van het integrale ontwerpteam. Van tevoren hebben we op kantoor geoefend en daarna hebben we het in de studio ingefloten. Het idee is dat bezoekers in de wachtrij vol goede moed en fluitend aan hun klus beginnen. Als eenmaal duidelijk wordt dat de Wilde Wieven de hulp aan de baron zullen saboteren, stopt het vrolijke gefluit. Een eenmaal terug met beide benen op de grond start het luchtige fluiten weer.”
Lees verder onder de foto

Gereedschapskoffertjes
Tussen de stoeltjes van de gondels zijn bruine koffertjes bevestigd. Daarin zit gereedschap dat de schoorsteenvegers nodig hebben om hun werkzaamheden te verrichten, weet Karel. “Met deze koffertjes geven we de gondels een eigen signatuur”, wijst hij. “Want normaal zit daar niks. Dezelfde koffertjes kom je tegen in het wachtgebied van Baron 1898. Dat zijn van die leuke Easter eggs. Die kleine verborgen grapjes zorgen ervoor dat zoiets een onderdeel wordt van het wereldje rond baron Hooghmoed. Het veegmannetje bovenin de schoorsteen is daar ook een voorbeeld van. Hij kijkt over de rand mee naar zijn personeel, maar op het moment dat zijn mede-vegers door de Witte Wieven in de problemen komen, verschuilt hij zich. Hij duikt even weg als hij ziet dat het foute boel wordt. Dat zijn die kleine verhaaltjes die leuk zijn om te bedenken. En voor de bezoekers om te zien.”
Van verhaal naar verhaal
Hooghmoed past naadloos bij Baron 1898, vindt algemeen directeur Fons Jurgens. “We willen graag een totale onderdompeling van onze bezoekers in het verhaal”, vertelt hij. “Onze gasten moeten niet van attractie naar attractie lopen, maar van verhaal naar verhaal. Als ze eenmaal in dat verhaal zitten, willen we dat wat langer doortrekken. Dat is nu bij de belevenissen van baron Hooghmoed het geval, en dat gaat straks ook gebeuren bij de magische stad Raveleijn, waar buiten de openluchtarena een spannende ronddraaiende zweef-beleving komt.”
Genoeg goede ideeën
“De zogenaamde immersieve gebieden, waarin bezoekers zich onderdompelen in de verhaallijn, die willen we graag uitbreiden”, vervolgt Fons. Binnen de Efteling zijn daar mogelijkheden genoeg voor: de zones rond de Piraña, Fata Morgana, Max en Moritz en Danse Macabre kunnen best een tweede, kleinere attractie – een zogenoemde infill – gebruiken. “Ja, invulattracties helpen een gebied immersiever te maken, maar dat kan ook entertainment of een winkel zijn”, vult Fons aan. “We bekijken nu bij Hooghmoed en straks bij Raveleijn hoe de bezoekers daarop reageren. Wij kunnen over dat idee wel tevreden zijn, maar ziet de gast dat ook zo? We willen naar de 9+-ervaring en daar moeten we echt nog wat stappen voor zetten. Als de bezoekers aangeven dat invulattracties daarbij helpen, dan kunnen er in de toekomst meer komen. Na deze twee – Hooghmoed en Raveleijn – staan er nog geen op het programma. We gaan bekijken hoe het uitpakt. En is dat positief, en dat verwacht ik, dan gaan we aan de slag. Onze creatieve ontwerpers hebben genoeg goede ideeën. Ook in Strookrijk, het gebied tussen het Wonder Hotel en Python, kunnen we nog wel iets gaan doen; dat is een mooi natuurlijk gebied. Ik hoop daar in de nabije toekomst, in het groen, iets te kunnen ontwikkelen.”
► Hooghmoed voor de allerkleinste waaghalzen
2 mei 2026 © Tekst en foto’s: Adri van Esch